Peterselie

podcast wolfgang C. Lupus

“Peterselie meneer, peterselie en rauwe ajuin”  dat was het ietwat verbazende antwoord op mijn vraag hoe een mens er in godsnaam in slaagde honderd te worden.  Peterselie en rauwe ajuin.

Maria, (met de nadruk op MAR en de ia en los achteraan klevend) was honderd geworden.  Ze zag er goed uit, droeg nog steeds geen bril, hoorde alles om zich heen en was en vat vol plezier.  Ze had net staan shaken op de dansvloer.  Les flamande van Brel was ironisch genoeg het nummer waarop ze net stond te dansen.

Dat ze geliefd was, leed geen twijfel.  Personeel en medebewoners verdrongen zich om haar te kussen en te knuffelen.  Ik, als buitenstaander, moest mijn beurt afwachten.  Maar even later had ze tijd voor mij.  In het aanschijn van zoveel levenslust en ervaring voelde ik me ongemakkelijk.  Dus bralde ik maar de eerste en de beste vraag uit die in mijn hoofd opkwam.  Een vraag die ze zonder enige twijfel al zevenenzestig keer had moeten beantwoorden die dag.  Er waren namelijk zevenenzestig mensen in de cafetaria van het rusthuis.

Maar zonder ergernis of aarzeling kreeg ik een antwoord.  Peterselie en rauwe ajuin.  Een bevreemdend antwoord. Ieder heeft natuurlijk zijn eigen recept om oud te worden.  De een schrijft het toe aan een gezonde levensstijl, de ander geeft aan dat ‘gerookt vlees’ langer zal bewaren.  Maar dit antwoord was haar antwoord.  En een honderdjarige ervaringsdeskundige tegenspreken, dat doet een mens niet.

“Ja, ja” antwoordde een krasse late zeventiger mij, “toen we nog kinderen waren propte ze er ons mee vol, is ’t niet Carla”.  Het was haar zoon – nog geen bewoner van ‘residentie de oude eiken’ – die er direct zijn zus als getuige bij sleurde. “En zie” ging hij trots verder terwijl hij zijn zus gemoedelijk bij de arm nam, “we staan er nog steeds”. Dat kon ik niet ontkennen.  Ze stonden er inderdaad nog steeds.

“Oma”, nam zijn zus het woord, “die is er wel honderd en zes geworden.  En mama wil beter doen, nietwaar ma”  Maria moest even lachen.

“Als’t kan wel ja”  lachte ze, “weet je, oma zou nog ouder geworden zijn, was ze niet omver gereden door die auto…” er viel een stilte, de drie keken elkaar verdrietig aan, maar schudden het onbehagen snel van zich af.

“Honderd en zes is al een mooi leven” besloot Dries, haar zoon de late zeventiger.  En dat kon ik enkel beamen.

“Maar wat maakt peterselie en ajuin dan zo belangrijk” wilde ik weten.

“Peterselie is goed voor je, het helpt je om infecties te genezen en ajuin zuivert het bloed” antwoordde Maria me op verbazend geleerde toon.

“Ah” antwoordde ik bij gebrek aan een zinvollere reactie.

“Ja, ja”, nam Dries gretig de conversatie over “dat weet iedereen.  Maar ja, weten en doen zijn twee verschillende zaken” besloot hij.

Ik wilde even opmerken dat ooit iedereen wist dat de aarde plat was en het centrum van het universum, maar deed er wijselijk het zwijgen toe.

“Weten en doen zijn inderdaad twee verschillende zaken” gaf ik toe.  Het was aangenamer ergens mee akkoord te gaan dan tegen bijna driehonderd jaren ervaring te gaan opboksen.  Ik deed dus waarvoor ik gekomen was, en bezorgde haar een gesigneerd exemplaar van “het uur van de tractor”.  Ze kon haar geluk niet op.

“Dat is de eerste keer dat ik een schrijver ontmoet meneer” zei ze, bijna met tranen in de ogen.  ‘Ik vond het zo een leuk boek.  Ik heb het helemaal uitgelezen, en zonder bril”.  Dat verwarmde mijn hart.  Iemand van die leeftijd die mij ‘schrijver’ noemde en het oprecht meende, dat stak me een hart onder de riem.  Ik schudde wat handen en bedankte hen oprecht voor de uitnodiging.  Het was een namiddag waar ik waarlijk van genoten had.

“Neen, neen, u bedankt” zei Dries, “het heeft mijn moeder echt deugd gedaan.  Hoeveel moet ik u?”

Ik stond versteld? “niets” zei ik hem, “dit heb ik met plezier gedaan”.  Ik schrok er van, zijn er echt mensen die zich laten betalen om naar een feest te gaan, vroeg ik me af?

“Allez, dan nogmaals bedankt.  Hier, dat is voor de benzine” zei Dries terwijl hij me een briefje in de handen stopte en naar buiten leidde.

Benzine was niet nodig dacht ik, het was niet zo ver wandelen, dus was ik te voet gekomen.  Ik keek, zodra ik buiten zicht was, naar het briefje.  Vijf euro.  Na even nadenken stapte ik resoluut voort en stopte bij de winkel om de hoek.  Daar kocht ik een bussel peterselie en een zakje ajuin.  Je weet immers maar nooit…

podcast wolfgang C. Lupus

Liever luisteren dan lezen? Volg de podcast

Podcast ook beschikbaar via

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *